Zorgen over ongelijk speelveld suikerbietenteelt

De suikerbietenteelt in NL loopt gevaar. Ik maak me hier zorgen over. Sinds eind 2018 is er in Europa een verbod op gecoat* bietenzaad van kracht. Door het verbod ontstaat er forse schade aan het gewas. Verschillende landen zien de gevolgen en geeft de ene na de andere lidstaat een ontheffing op het verbod. En zelfs Frankrijk, een van de aanjagers van dit verbod, lijkt over te gaan tot een derogatie voor de Franse boeren. Nederland blijft achter. Dat betekent dat Nederlandse boeren in een ongelijk speelveld zitten terwijl de schade vergelijkbaar is met andere landen zoals bijvoorbeeld Frankrijk. Ik heb vandaag weer vragen aan de minister gesteld. Ik vraag haar het ongelijke speelveld recht te trekken zodat de suikerbietenteelt in NL behouden kan blijven. Naast een tijdelijke ontheffing voor de korte termijn is er inzet nodig om te komen tot alternatieven.

 

*Bij gecoat zaad zit er een dun laagje klei om het zaadje waar een hele lage dosering van gewasbeschermingsmiddel is aangebracht om het zaadje bij het kiemen en in de eerste weken te beschermen tegen onheil van buiten. Nu dit verboden is wordt het jonge plantje aangetast door vreterij en de vergelingsziekte.

 

Schriftelijke vragen van het lid Lodders (VVD) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aanvullend n.a.v. de beantwoording van de vragen van het lid Lodders (VVD) over de berichten: ‘De Lugt: ‘Neonics-dossier bieten moet terug op tafel’ en ‘Ook Duitse bietentelers eisen derogatie neonics’ (Kamerstuk 2020D38819) en het artikel ‘Ongelijk speelveld neonics is een feit’.

 

1. Bent u bekend met het artikel ‘Ongelijk speelveld neonics is een feit’[1]?

2. Klopt het dat het Franse parlement op 6 oktober heeft ingestemd met een tijdelijke vrijstelling voor neonicotinoiden?

3. Klopt het dat Frankrijk, de grootste bieten producent in Europa, zich aansluit bij 10 andere Europese landen die al een derogatie verlenen?

4. Wat vindt u van het besluit van het Franse parlement?

5. Deelt u de mening dat met deze stap van het Franse parlement het gelijke speelveld in Europa heel ver te zoeken is? Zo nee, kunt u dat toelichten?

6. Op basis van welke argumenten heeft Frankrijk deze maatregel genomen?

7. Kunt u een uitputtend overzicht geven van alle argumenten van alle landen die inmiddels zijn overgegaan tot het verlenen van een derogatie?

8. Wat verstaat u onder een landbouwkundige noodsituatie?

9. Vindt u dat een ongelijk speelveld kan leiden tot een noodsituatie? Zo nee, hoe beoordeelt u de situatie als Nederlandse telers zich gedwongen voelen om te stoppen of in te krimpen met het areaal omdat het ongelijke speelveld en de opbrengst derving daartoe noopt?

10. Klopt het, zoals we hebben kunnen lezen in de beantwoording van de schriftelijke vragen dat u nog niet in overleg bent getreden met de sector over de recente ontwikkelingen van de Nederlandse bietenteelt? Kunt u toelichten waarom niet nu blijkt dat de gevolgen van het verbod op het gebruik van neonicotinoiden niet van tijdelijke aard is en de sector te maken heeft met een steeds groter wordend ongelijk speelveld?

11. U stelt in de beantwoording op Kamervragen van het lid Lodders (Kamerstuk 2020D38819) dat door acties vanuit de sector zelf ‘de impact niet groot als gevreesd [is]’. Kunt u aangeven waarop u deze uitspraak gebaseerd heeft?

12. Bent u op de hoogte dat de Franse bietentelers forse schade lijden als gevolg van het vergelingsvirus; gemiddeld 7% opbrengstderving, welke in extreme situaties kan oplopen tot 80%? Bent u op de hoogte dat de Nederlandse bietentelers vorig jaar al een gemiddelde schade hebben opgelopen van 7% en dat dus vergelijkbaar is met de Franse situatie? Wat vindt u hiervan?

13. Kunt u in overleg met de sector de economische gevolgen voor de Nederlandse telers in kaart brengen? Zo nee, waarom niet?

14. In het uitvoeringsprogramma gewasbescherming schetst u de transitie naar ‘weerbare planten en teeltsystemen’. Hoe ziet u dit in de casus van de bietenteelt voor de korte termijn problematiek?

15. U schetst in het antwoord op vraag 9) de aanpak in de werkgroep actuele vraagstukken en de inzet voor lange termijn. Welke oplossingen kunt u bieden voor de korte en middellange termijn? Wat is de inspanningsverplichting die u voor u ziet zolang u afziet van het verlenen van een derogatie?