Verzoek tot inkorten btw-teruggavetermijn naar 3 maanden

In deze uitzonderlijke Coronatijd moet de overheid er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ondernemers voldoende liquide middelen hebben. Meerdere fiscale experts hebben in het FD, niet voor de eerste keer, gepleit voor een inkorting van de btw-teruggavetermijn van 1 jaar naar 3 maanden. Ondernemers betalen over uitgeschreven facturen btw aan de Belastingdienst. Wanneer de factuur door faillissement of andere oorzaken niet meer betaald kan worden kan de ondernemer het bedrag aan btw bij de Belastingdienst terugvragen. Door inkorting van deze terugvraagtermijn kan de liquiditeitspositie van ondernemers worden versterkt. Helaas ziet de staatssecretaris hier geen toegevoegde waarde in. De VVD is van mening dat het inkorten van de btw-teruggavetermijn van 1 jaar naar 3 maanden, zelfs al is deze voortuitgang beperkt, helpt. Ik wil van de staatssecretaris van Financien (Belastingdienst en fiscaliteit) graag weten waarom inkorting btw-teruggavetermijn geen toegevoegde waarde heeft en waarom de praktijkexperts hier anders over denken.

 

Schriftelijke vragen van het lid Lodders (VVD) aan de staatssecretaris van Financien (Belastingdienst en fiscaliteit) over het bericht ‘Experts: liquiditeitscrisis vraagt om soepelere btw-teruggave’.

 

1.       Bent u bekend met het bericht ‘Experts: liquiditeitscrisis vraagt om soepelere btw-teruggave’[1]?

 

2.       Deelt u de mening dat het huidige kabinet er alles aan moet doen om de liquiditeitspositie van het MKB, als motor van de Nederlandse economie, te versterken in deze onzekere periode?

 

3. Welke stappen heeft het kabinet reeds gezet om de liquiditeitspositie van bedrijven te verbeteren?

 

4. Kunt u een inschatting geven om hoeveel dit feitelijk ‘teveel’ afgedragen BTW gaat? Waarop is de teruggavetermijn van een jaar gebaseerd? Wat zouden de consequenties zijn als deze termijn werd verkort?

 

5. Kunt u toelichten waarom u, in tegenstelling tot de VVD, geen toevoegde waarde ziet in het verkorten van de btw-terugbetaaltermijn van 1 jaar naar bijvoorbeeld 3 maanden en waarom er ‘geen toegevoegde waarde’ zou zijn? Bent u het met de VVD eens dat in deze uitzonderlijke tijden zelfs een ‘beperkte’ vooruitgang een verbetering kan zijn?

 

6. Waar zit het verschil in inzicht tussen uw uitleg en die van bijvoorbeeld de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) die aangeven wel een toegevoegde waarde te zien in het verkorten van de btw-terugbetaaltermijn[2]?

 

7. Welke beperkingen ziet u in de Europese BTW richtlijn? Wanneer zijn deze beperkingen door Nederland aangekaart bij de Europese Commissie of in de discussie over een toekomstbestendig BTW-stelsel?

 

8. Waarom kan de Belastingdienst in specifieke situaties wel overgaan tot het terugbetalen van de oninbare btw binnen een jaar? Waarom lukt het dan niet in het algemeen?

 

9. Waarom is in deze gevallen het voordeel voor de belastingplichtige aanzienlijk genoeg om over te gaan tot een snellere terugbetaling, maar wordt dit voordeel ‘beperkt’ zodra er wordt overgegaan op een uniform, voor alle ondernemers geldende, tijdelijke terugbetalingstermijn van bijvoorbeeld 3 maanden?

 

10. Bent u bereid om de teruggavetermijn van een jaar voor oninbare btw tijdelijk te verkorten, bijvoorbeeld naar 3 maanden? Wat zou de procedurele route hiervoor zijn? Kan dit ook buiten een wetsaanpassing, bijvoorbeeld door middel van een besluit, of besluit gekoppeld met een latere wetswijziging?

 

11. Wat vindt u ervan dat de ‘rigide’ houding van de Belastingdienst er nu toe kan leiden dat ondernemers facturen kwijtschelden? Is dat geen perverse consequentie van het huidige beleid, zeker gegeven de slechte economische omstandigheden?

 

12. Bent u bereid om verdere concrete beleidsopties te verkennen om ook op langere termijn de liquiditeitspositie van het MKB te verbeteren, en deze naar de Kamer te sturen?

 

13. Kunt u de vragen voor Prinsjesdag beantwoorden?