Vragen over de aanpak van mestfraude door de NVWA

Ruim een jaar geleden stelde ik samen met mijn collega Antoinette Laan vragen aan de ministers van Landbouw en Justitie over de aanpak mestfraude. Ik had diverse signalen van boeren over het illegaal dumpen van mest in Brabant. Boeren die hiervan een (anonieme) melding wilden doen kregen ‘niet thuis’ bij de NVWA. Nu een jaar verder verschijnt er in het Eindhovens Dagblad een bericht over de vervuilde sloten bij Reusel en Someren, juist het gebied waar de signalen vandaan kwamen. Hier baal ik van! De NVWA is onze toezichthouder. Zij kan natuurlijk niet overal tegelijkertijd zijn. Maar als er signalen uit de omgeving zijn (ook al zijn deze anoniem) dan moet je daar wel serieus mee omgaan en dat begint bij het opnemen van (anonieme) meldingen.

 

De aanpak van mestfraude is een serieuze zaak en niet voor niets een van de prioriteiten van het kabinet. Uit antwoorden op de vragen die ik eerder stelde blijkt dat het proces van melden en opvolging aan kracht kan winnen. In de huidige werkwijze komen er bij verschillende afdelingen en verschillende instanties meldingen binnen. Het is onduidelijk hoe verschillende instanties samenwerken en de meldingen die via de NVWA binnenkomen gaan over verschillende schijven. Samen met Remco Dijkstra heb ik naar aanleiding van het bericht in het Eindhovens Dagblad vragen gesteld aan de ministers van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat. Wij zouden graag zien dat het proces van melden en opvolging getoetst wordt door een onafhankelijk extern bureau en door de inzet van een ‘mystery caller’. Daarnaast is het belangrijk om de samenwerking tussen verschillende instanties, zoals bijvoorbeeld het waterschap, te intensiveren. De derde actie die we vragen is een gerichte campagne om boeren op te roepen melding te blijven doen als er een vermoeden is dat er mest gedumpt wordt of illegaal mest wordt uitgereden. Samen sterk om fraudeurs aan te pakken in plaats van welwillende boeren de dupe te laten zijn van steeds strengere regels.

 

Schriftelijke vragen van de leden Lodders en Remco Dijkstra (beide VVD) aan de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht ‘Sloten bij Reusel en Someren vervuild, inspectie bezoekt boeren’.

 

1. Bent u bekend met het bericht ‘Sloten bij Reusel en Someren vervuild, inspectie bezoekt boeren’ uit het Eindhovens Dagblad/Algemeen Dagblad van 15 juli 2020?

2. Herinnert u zich de schriftelijke vragen van de leden van Lodders - Laan Geselschap ‘aanpak mestfraude’ over verschillende signalen van boeren en bewoners in Brabant die meldingen van mogelijke fraude bij het uitrijden van mest niet konden melden bij de NVWA (20182019 3379) van 10 mei 2019?

3. Herinnert u zich de zorgen van de leden omdat de signalen van vermoedelijke mestfraude niet serieus genomen werd door de NVWA, meldingen niet geregistreerd werden en er verschillende verklaringen werden gegeven waarom meldingen niet opgenomen werden?

 4. Herinnert u zich dat u de suggestie van de leden om op percelen waar een of meerdere signalen van mogelijke mestfraude worden gemeld steekproefsgewijze  grondmonsters (of zoals u in uw antwoord beschrijft 'een bodemanalyse') te nemen?

5. Herinnert u zich dat u deze suggestie heeft weggewuifd omdat de NVWA een andere definitie van mestfraude hanteert namelijk het uitrijden van mest buiten de toegestane periode of ten tijde van vorst?

6. Hoe kijkt u nu aan tegen de antwoorden van ruim een jaar geleden (20182019 3379) met de kennis van nu dat in sloten hoge concentraties stikstof en fosfor aanwezig is?

7. Deelt u de mening van de leden dat het illegaal uitrijden van mest verder gaat dan alleen het uitrijden van mest buiten de toegestane periode? Zo ja, waarom heeft u deze signalen niet eerder serieus genomen? Zo nee, waarom niet?

8. De leden hebben in de schriftelijke vragen van 10 mei 2019 een overzicht gevraagd hoe en waar mensen signalen van mogelijke mestfraude kunnen melden. Uit het antwoord bleek dat dit bij 1) RVO.nl kan. RVO.nl doet onderzoek en stuurt de melding vervolgens naar het 2) OM of voor nader onderzoek naar de 3) NVWA. Een melding kan ook rechtstreeks bij de 4) NVWA binnen komen. De meldingen worden geregistreerd in 5) KCC (Klantcontact centrum). Deze stuurt het signaal naar 6) het inspectieteam. Daar wordt beoordeeld of er wel of geen opvolging aan wordt gegeven. Geen opvolging dan verdwijnt de melding in een 7) webapplicatie. Het KCC ontvangt ook signalen van 8) meld misdaad anoniem. Deze kennen waarschijnlijk dezelfde afhandeling. Meldingen via KCC worden geregistreerd in 9) MOS systeem. Anonieme meldingen kunnen ook binnen komen via 10) TCI van de 11) IOD. De signalen van de 12) politie worden door gestuurd naar de 13) NVWA.

8a Kunt u aangeven hoeveel meldingen er bij de instanties en stappen 1 tot en met 13 vorig jaar (2019) en de eerste 6 maanden van dit jaar (2020) zijn binnengekomen?

8b Kunt u aangeven hoeveel meldingen onder 1 afgehandeld zijn door 1?

8c Welk onderzoek doet 1 en wat is het nader onderzoek onder 3? Waarin verschillen deze?

8d Worden de meldingen onder 3 op een zelfde manier behandeld als meldingen onder 4? Zo nee, waarin verschillen deze?

8e Waaruit bestaat het onderzoek onder 6? Waaruit bestaat het onderzoek van meldingen die onder 3 bij 6 binnenkomen?

8f Hoe lang worden meldingen in 7 bewaard? Wordt er bij nieuwe signalen of een daadwerkelijk (strafrechtelijk) onderzoek nog teruggekeken of er eerder meldingen zijn gedaan waar geen opvolging aan is gegeven? Zo nee, waarom niet?

8g Klopt het dat de signalen/meldingen onder 8 eenzelfde afhandeling kennen? Zo nee, hoe worden deze behandeld?

8h Wat is de gemiddelde doorlooptijd voor een melding onder 9 geregistreerd wordt? Wat is de gemiddelde doorlooptijd tot afhandeling? Wat is de snelste termijn en wat is de langste termijn van afhandeling?

8i Bij hoeveel geregistreerde meldingen onder 9 is er daadwerkelijk opgetreden? Kunt u een overzicht geven van de 10 meest geconstateerde overtredingen en de meest opgelegde straffen?

9. Hoe kijkt u aan tegen dit ‘semi-overzichtelijk’ veld om meldingen van mogelijke mestfraude te doen? Hoe kijkt u aan tegen de afhandeling van signalen? En wat vindt u met de huidige kennis van de gebrekkige samenwerking tussen de verschillende (overheids)instanties om mestfraude aan te pakken?

10. Deelt u de mening dat goedwillende boeren de dupe zijn van het ontbreken van serieuze opvolging van signalen uit de praktijk en het ontbreken van een gecoördineerde aanpak van mestfraude? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat u op korte termijn zetten om tot een gerichtere aanpak te komen om illegale handelingen (waarbij de leden dus ook het ongebreideld uitrijden van mest tijdens de periode waarin uitrijden van mest legaal is als fraude zien) sneller en beter aan te pakken om erger te voorkomen?

11. Op welke manier wordt de samenwerking met het Waterschap geïntensiveerd om veel eerder op signalen uit de omgeving in te spelen?

12. Deelt u de zorg dat het (anoniem) doorgeven van signalen over mogelijke (mest) fraude over heel veel schijven loopt en daarmee efficiënt onderzoek en opsporing gevaar loopt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om dit verder te stroomlijnen? Bent u bereid om de opname en verwerking van signalen van fraude een externe te laten toetsen of en hoe deze processen lopen en de uitkomsten te betrekken bij de verbeter slagen? Zo nee, waarom niet?

13. Deelt u de suggestie van de leden om boeren in de betreffende gebieden te vragen om signalen (anoniem) door te geven om te voorkomen dat enkele fraudeurs het voor de overige boeren verpesten? Zo ja, wanneer en door wie wordt deze campagne gestart? Zo nee, waarom niet?