Traag NVWA reden voor stopzetten strafzaak OM over misstanden bij slachthuizen

Het strafrechtelijk onderzoek naar misstanden bij drie slachthuizen in Noord-Nederland is per direct en definitief stopgezet. Het onderzoek door de NVWA duurde onredelijk lang, ook na meerdere gesprekken waarin de NVWA werd aangespoord om de onderzoeken sneller te doen. De slachthuizen werden verdacht van het vervoeren en slachten van zieke dieren. Ook zou er gefraudeerd zijn waardoor het vlees van zieke dieren in de winkels terecht kon komen.

 

Het kan niet zo zijn dat er sprake is van straffeloosheid door een traag optreden van de NVWA, zeker niet als het om onze voedselveiligheid gaat. Ik wil dat de minister dit ‘tot op de bodem’ gaat uitzoeken. Als je in een periode van twee jaar onvoldoende tijd hebt om de informatie aan te leveren, dan moet er echt iets grondig mis zijn.

 

Schriftelijk vragen van het lid Lodders (VVD) aan de ministers van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en Justitie en Veiligheid over bericht ‘NVWA te traag: onderzoek naar misstanden slachthuizen gestopt’ RTL 25 juli 2020.

 

1.      Bent u bekend met het bericht ‘NVWA te traag: onderzoek naar misstanden slachthuizen gestopt’?

2.      Klopt het dat de NVWA (IOD) de bewijsstukken en de informatie niet op tijd heeft aangeleverd waardoor het onderzoek is stopgezet? Zo ja, wat vindt u hiervan?

3.      Deelt u de mening dat consumenten vertrouwen in de NVWA moeten kunnen hebben maar dit in de afgelopen periode al een aantal keren geschaad is? Zo nee, waarom niet?

4.      Deelt u de mening dat er geen straffeloosheid mag optreden door toedoen van de NVWA (IOD) en zeker niet als het om voedselveiligheid gaat?

5.      Kunt u aangeven wat het gevolg is van het stopzetten van het onderzoek door het OM? Heeft dit ook gevolgen voor een mogelijk bestuurlijke interventie door de NVWA (IOD)? Kunt u dit toelichten? Indien er een mogelijkheid bestaat om over te kunnen gaan tot een bestuurlijke interventie met welke termijnen dient de NVWA (IOD) dan rekening te houden?

6.      Deelt u dat deze trage werkwijze zeer onwenselijk is omdat kostbare capaciteit en energie bij het OM en de NVWA (IOD) verloren gaat?

7.      Op welke momenten, waarover in het artikel wordt geschreven, heeft de officier van justitie contact opgenomen met de NVWA (IOD)(gaat hier dus niet over de inhoud van de zaak maar over de contacten inzake het trage verloop van het onderzoek)? Wat is er naar aanleiding van deze contacten (intern) gebeurd?

8.      Wat zegt deze casus over de cultuur binnen de NVWA (IOD)?

9.      Kunt u in deze casus een tijdlijn geven van de eerste melding (voor) onderzoek en de (procedurele) vervolgstappen en momenten van contact tussen OM en NVWA (IOD)?

10.  De NVWA kan nog niet zeggen waarom het onderzoek te langzaam is uitgevoerd, die vraag zijn ze aan het uitzoeken. Bent u bereid zodra dit duidelijk is in antwoord op deze vragen (binnen drie weken) of via een afzonderlijke brief voor 1 september 2020 met de Kamer te delen?

11.  In het Jaarplan 2020 (Kamerstuk 33835-136) schrijft de NVWA dat als er een risico gericht op voedselveiligheid of een frauderisico heel hoog is of in geval van incidenten of crises er met voorrang capaciteit wordt ingezet. Kunt u aangeven of in deze casus sprake is van het in het Jaarplan opgenomen risico? Zo ja, waarom is er geen extra capaciteit beschikbaar gesteld? Zo nee, kunt u een uitgebreide toelichting geven welke risico’s dan bedoeld worden zoals omschreven in het Jaarplan 2020?

12.  Wie beoordeeld binnen de NVWA (IOD) of er sprake is van ‘heel hoog risico’? Wordt de beoordeling of sprake is van een 'heel hoog risico' door een andere collega of leidinggevende herbeoordeeld zodat er bij de afweging sprake is van het vier-ogen-principe? Zo nee, zou het verstandig zijn daartoe over te gaan? Zo nee, waarom niet?

13.  In 2019 hebben er 29 onderzoeken door de NVWA (IOD) plaatsgevonden. Van deze 29 onderzoeken zijn er 26 ingeleverd bij het Functioneel Parket. Kloppen deze aantallen en kunt u aangeven of en hoe deze onderzoeken zijn afgerond? 

14.  Van de 29 onderzoeken zijn er 3 onderzoeken afgebroken. Kunt u aangeven wanneer deze onderzoeken (in welke periode in het verloop van het onderzoek) zijn afgebroken en wat is de reden waarom deze onderzoeken zijn afgebroken?

15.  Zijn in deze aantallen ook de vooronderzoeken meegenomen? Zo nee, hoeveel vooronderzoeken zijn er door de NVWA (IOD) in 2019 gestart? Hoeveel vooronderzoeken hebben een vervolg in de onderzoeksfase gekend? Wat is de reden waarom de gestarte vooronderzoeken niet zijn vervolgd (graag een overzicht van alle vooronderzoeken, het mogelijk of te onderzoeken strafrechtelijk feit per vooronderzoek)? Zo ja, betekent dit dat er geen andere onderzoeken door de NVWA (IOD) zijn gedaan?

16.  Kan de minister van Justitie een oordeel vellen over de kwaliteit van de aangeleverde onderzoeken door de NVWA (IOD)? Zo nee, waarom niet?

17.  Hoeveel onderzoeken heeft het OM de afgelopen vijf jaar (overzicht per jaar) van de NVWA (IOD) ontvangen en hoeveel onderzoeken hebben uiteindelijk over deze periode geleid tot strafrechtelijke vervolging? Kunt u de reden aangeven waarom er uiteindelijk niet overgegaan is tot strafrechtelijke vervolging? Zo nee, waarom niet?

18.  Hoeveel onderzoeken zijn er in de afgelopen 5 jaar (overzicht per jaar) beëindigd omdat de bewijsstukken en of informatie te lang op zich liet wachten?

19.  Welke stappen gaat u op korte termijn zetten om verbeteringen door te voeren? Zo nee, kunt u dat toelichten?

20.  In een Kamerbrief in antwoord op schriftelijke vragen van de leden Geurts, Von Martels, Lodders en Bisschop (20192020 763) ‘Grote onvrede over aanpak pootgoedfraude’ stelt u dat er een strafrechtelijk (voor) onderzoek loopt in deze zaak. Klopt het dat dit onderzoek gestaakt is? Zo ja, kunt u aangeven waarom dit onderzoek gestaakt is? En kunt u aangeven waarom deze informatie in deze zaak niet actief met de Kamer is gedeeld, mede naar aanleiding van de verschillende Kamervragen?

21.  De Minister geeft in de beantwoording van de vragen over de pootgoedfraude aan, dat nagedacht wordt over de mogelijke uitbreiding van bevoegdheden van de NAK. Wordt in het rapport over het keurings- en toezichtslandschap, dat u de Kamer heeft toegezegd  naar aanleiding van het 2Solve rapport, ingegaan op een mogelijke overdracht van taken en bevoegdheden van de NVWA naar de NAK? Zo nee, waarom niet?

22.  Kunt u aangeven of de NVWA en de NAK beide op gelijkwaardige wijze betrokken worden bij dit onderzoek? Kunt u aangeven op welke manier de onafhankelijkheid geborgd wordt van het uiteindelijke onderzoek en de aanbevelingen?