Vragen over het btw-tarief op verschillende vormen van educatie

Geregeld krijg ik vragen van mensen over de btw op diensten en producten. Vandaag kreeg ik een vraag waarom autorijlessen onder het hoge tarief vallen terwijl andere vormen van les/educatie zijn vrijgesteld of onder het lage tarief vallen. Een goeie vraag. Over het heffen van btw hebben we in Europa afspraken gemaakt. We kennen het hoge tarief en 1 of 2 lage tarieven voor producten en diensten die zijn opgenomen in een bijlage van de richtlijn. De lidstaten hebben binnen de richtlijn ruimte om eigen keuzes te maken.

Mede naar aanleiding van deze vraag heb ik samen met collega Remco Dijkstra vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Infrastructuur en Waterstaat over hoe de tariefskeuze voor de autorijschoolhouder tot stand is gekomen. Zeker in vergelijking met andere lessen zoals muzieklessen en sportlessen. Bij die laatste categorie is er dan weer een onderscheid tussen het tegelijkertijd ter beschikking stellen van een accommodatie of niet. 

Schriftelijke vragen van de leden Lodders en Remco Dijkstra (beide VVD) aan de staatssecretaris van Financien (belastingdienst en fiscaliteit) en de minister van Infrastructuur en Waterstaat over een verschillend btw-tarief op verschillende vormen van educatie. 

 

  1. Klopt het dat educatie in het basis- en hoger onderwijs is vrijgesteld van BTW, educatie in de vorm van een muziekles (boven de 21 jaar) of een sportles (met ter beschikking stellen van de sportaccommodatie) valt onder het lage btw-tarief van 9% en een autorijles valt onder het hoge tarief van 21%?

  2. Hoe wordt bepaald welke in vraag 1 genoemde educatievorm valt binnen welk btw-tarief?

  3. Kunt u toelichten hoe in andere EU-lidstaten het lage, het hoge btw-tarief en de vrijstelling op btw is vormgegeven voor educatieve doeleinden als onderwijs, sportlessen, muzieklessen en autorijlessen?

  4. Bent u bekend met de onderbouwing van het Europese Hof van Justitie dat btw-vrijstelling vanuit onderwijstechnisch oogpunt geschiedt op basis van ‘de overdracht van kennis en vaardigheden op het gebied van een brede en diverse reeks onderwerpen, alsmede de verdieping en de ontwikkeling van die kennis en vaardigheden’ (Uitspraak Hof van Justitie, nr. C-449/17)?

  5. Deelt u deze onderbouwing van het Europese Hof? Zo ja, kunt u toelichten waarom een muziekles voor kinderen onder de 21 jaar wel voldoet aan de onderbouwing van ‘de overdracht, verdieping en de ontwikkeling van kennis- en vaardigheden op het gebied van een brede en diverse reeks onderwerpen’, en daardoor dus wel vrijgesteld wordt van btw, en een sportles, een muziekles aan mensen boven de 21 jaar of een autorijles niet? Zo nee, graag een toelichting op het feit dat Nederland voor autorijlessen het hoge btw-tarief rekent en voor andere vormen van educatie het lage btw-tarief of zelfs vrijstelling. Kunt u tevens toelichten waarom sportlessen die niet in combinatie met een terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie gegeven worden onder het hoge 21% btw-tarief vallen, maar sportlessen in combinatie met een terbeschikkingstelling van de sportaccommodatie onder het lage 9% btw-tarief? Op basis waarvan heeft Nederland gekozen voor dit onderscheidt?

  6. Bent u van mening dat de gemaakte keuzes in het gehanteerde btw-tarief op verschillende vormen van educatie bijdragen aan een transparant en eenvoudig btw-systeem? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel?