Vragen over het artikel ‘Opnieuw betwiste ruiming kippen door salmonella’

Wij willen allemaal dat ons voedsel veilig is. Dat betekent dat er bij de productie van ons voedsel veel controles moeten plaatsvinden. Mocht er onverhoopt iets niet goed zijn dan willen wij er op kunnen vertrouwen dat er adequate maatregelen genomen worden en voedsel wat niet goed is ook niet in de voedselketen terechtkomt. Er vinden door de hele keten, terecht, tal van controles en onderzoeken plaats. Deze post gaat over de controle in de pluimveesector en dan heel specifiek over salmonella-controles bij de vleeskuikenouderdieren. 

 

Europa stelt de regels op voor de controle op een mogelijke salmonella-besmetting. Onze Nederlandse pluimveehouders hebben zichzelf strengere regels opgelegd en doen iedere twee weken een routineonderzoek in het kader van het salmonella-bestrijdingsprogramma. Als uit het routineonderzoek blijkt dat de koppel dieren een salmonellabesmetting onder de leden heeft was het zo dat er op initiatief van de NVWA een verificatieonderzoek plaatsvond door de Wageningen Food Safety Research (WFSR). Een extra onderzoek dus of de uitkomst van het routineonderzoek juist was. Sinds enige tijd zijn de Europese regels veranderd en mag er niet zomaar een verificatieonderzoek plaatsvinden. Dat is gek want uit de salmonella database (cijfers 2014-2019) blijkt dat 50-60% van de routineonderzoeken een andere uitkomst laat zien dan de onderzoeken door de WFSR gedaan. De Europese regels laten wel toe dat bij gerede twijfel een verificatieonderzoek kan plaatsvinden. Via onderstaande vragen wil ik weten waarom dit verificatieonderzoek niet plaatsvindt. Als blijkt dat 50-60% van de dieren onterecht worden afgevoerd dan kan je spreken van gerede twijfel en lijkt een tweede onderzoek een vanzelfsprekendheid.

 

Schriftelijke vragen van het lid Lodders (VVD) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over bericht ‘Opnieuw betwiste ruiming kippen door salmonella’ (Boerderij 15 juli 2020).

 

  1. Bent u bekend met het bericht ‘ Opnieuw betwiste ruiming kippen door salmonella’?

  2. Klopt de informatie in het bericht dat in opdracht van LNV, de NVWA de vleeskuikenouderdieren vervroegd heeft laten afvoeren naar een slachterij omdat bij een routine onderzoek door de pluimveehouder, het genomen monster van de stal een positieve uitslag gaf op salmonella en dat er geen herbemonstering heeft plaatsgevonden door de NVWA? Zo ja, wat vindt u van deze maatregel terwijl de Gezondheidsdienst voor Dieren en de dierenarts na het routineonderzoek deze dieren beide getest hebben, en in beide gevallen met een negatieve uitslag (dus niet salmonella besmet)?

  3. Deelt u de mening dat zowel in het belang van de volksgezondheid als in het belang van het dierenwelzijn het onderzoek naar mogelijke salmonella besmetting bij pluimvee adequaat en zonder twijfel moet kunnen plaatsvinden? Deelt u de mening dat de Nederlandse pluimveehouders hier zelf ook hoge prioriteit aangeven en zij ook het belang zien van veilig en gezond voedsel? Deelt u de mening dat onze pluimveehouders ook internationaal hoog staan aangeschreven met betrekking tot het voorkomen van een salmonellabesmetting?

  4. Klopt het dat alle Nederlandse pluimveehouders zich zelf strengere eisen hebben opgelegd met het Nederlandse salmonella programma? Klopt het dat pluimveehouders iedere twee weken de stallen (i.p.v. de verplichte 3-weekse monstername) en daarmee de dieren controleren op een mogelijke besmetting? Deelt u de mening dat pluimveehouders hiermee laten zien dat zij een mogelijke besmetting serieus nemen en hier dus ook actief werk van maken? Klopt het dat vleeskuikenouderdieren een zogenoemde voorschakel zijn en de geproduceerde eieren niet voor de consumptie bedoeld zijn maar naar broederijen gaan om vervolgens naar vleeskuikenbedrijven te gaan waar de kuikens op verschillende momenten nogmaals bemonsterd worden?

  5. Kunt u aangeven of de casus zoals in het artikel beschreven vaker voor komt?

  6. Uit de ‘salmonella database’ 2014-2019 blijkt dat een standaard onderzoek/monstername (of verificatieonderzoek) na een positieve uitslag bij een routineonderzoek, zoals gebruikelijk was, van toegevoegde waarde is omdat het routineonderzoek ondanks het gebruik van geaccrediteerde laboratoria omissies kent. De onderstaande cijfers illustreren dit. Deelt u de onderstaande cijfers en deelt u de analyse dat een herbeoordeling door een onafhankelijk instituut zoals de Wageningen Food Safety Research (WFSR), de Gezondheidsdienst voor Dieren of een dierenarts van belang is omdat in gemiddeld 50-60% van de gevallen het routineonderzoek een andere uitslag laat zien dan het verificatieonderzoek? Zo nee, waarom niet? Of met andere woorden in 50-60% van de gevallen bleek dat de dieren niet besmet zijn en deze ten onrechte vervroegd geslacht zouden zijn. Dit beeld is niet veranderd en bij ongewijzigd beleid zou dat betekenen dat 50-60% van de dieren ten onrechte vervroegd geslacht worden. Kunt u ook hierop reflecteren?

    Cijfers salmonella database 2014-2019:

    -2014: 34 bedrijven verdacht waarvan 15 bedrijven besmet en 19 bedrijven na herbemonstering negatief

    -2015: 30 bedrijven verdacht waarvan 18 bedrijven besmet en 12 bedrijven na herbemonstering negatief

    -2016: 23 bedrijven verdacht waarvan 10 bedrijven besmet en 13 bedrijven na herbemonstering negatief

    -2017 6 bedrijven verdacht waarvan 3 bedrijven besmet en 3 bedrijven na herbemonstering negatief

    -2018: 9 bedrijven verdacht waarvan 0 bedrijven besmet en 9 bedrijven na herbemonstering negatief

    -2019: 18 bedrijven verdacht waarvan 9 bedrijven besmet en 9 bedrijven na herbemonstering negatief

    -2020: (de gegevens 2020 zijn nog niet officieel) 14 bedrijven verdacht waarvan bij 2 bedrijven een heronderzoek heeft plaats gevonden (op eigen verzoek) welke negatief waren. Bij 2 bedrijven was de hertest positief. Alle dieren zijn vervroegd geslacht.

  7. Klopt het dat er vanuit de sector extra aandacht is geschonken aan de monstername door de pluimveehouders om zo het aantal ‘ vals positieve’ te verlagen? Deelt u de mening dat zolang het verschil tussen beide testen zo groot is, het gerechtvaardigd is om het verificatieonderzoek te handhaven bij gerede twijfel? Zo nee, waarom niet? Vindt u het gerechtvaardigd dat bij gerede twijfel de helft van de dieren ten onrechte vroegtijdig naar de slacht gaan?

  8. Klopt het dat de Europese regels veranderd zijn? Zo ja, wanneer zijn deze regels aangepast en wat is de inbreng van Nederland geweest bij deze wijziging? Is hierover contact gezocht met pluimveehouders, de Gezondheidsdienst voor Dieren en dierenartsen? Zo ja, wat was hun oordeel? Zo nee, waarom niet?

  9. Klopt het dat de gewijzigde Europese regels het toelaten om bij ‘gerede twijfel’ een heronderzoek (of verificatieonderzoek) te laten plaatsvinden? Wat verstaat u onder ‘gerede twijfel’? Deelt u de mening dat als een routineonderzoek in 50-60% van de gevallen een andere uitslag laat zien, een heronderzoek (of verificatieonderzoek) op zijn plaats zou zijn en onder de uitwerking van ‘gerede twijfel’ zou moeten vallen? Zo nee, welke wetenschappelijke en diergeneeskundige argumenten heeft u om te stellen dat een heronderzoek (of verificatieonderzoek) niet van toegevoegde waarde is? Kunt u de achterliggende informatie met de Kamer delen?

  10. De pluimveehouders (ondersteund door de Gezondheidsdienst voor Dieren, die laat weten dat het verleden heeft aangetoond dat een verificatie onderzoek van toegevoegde waarde is en in deze goed om op te merken dat zij ‘partij’ zijn bij een herbeoordeling maar geen ‘partij’ zijn bij het verificatieonderzoek) hebben een voorstel gedaan om invulling te geven aan het begrip ‘gerede twijfel’ waartoe ook ruimte is binnen de Europese regels. Zij doen dit door het reguliere onderzoek te laten plaatsvinden (uiteraard met dezelfde frequentie zoals nu plaatsvindt), bij een positieve uitslag volgt een sneltest, indien deze sneltest ook een positieve uitslag laat zien wordt het bedrijf (of stal) als positief aangemerkt en gaat over tot het nemen van de afgesproken maatregelen. Indien de sneltest een negatieve uitslag laat zien wordt er een verificatieonderzoek gestart omdat er dan sprake is van ‘gerede twijfel’. Dit verificatieonderzoek wordt uitgevoerd door de NVWA waarbij de WFSR  de uitvoerende partij is zoals in het verleden ook het geval was. Tijdens de sneltest en een mogelijk verificatieonderzoek zal het bedrijf gesloten zijn en worden er geen eieren of dieren afgevoerd. Heeft u kennis genomen van dit voorstel? Zo ja, waarom is hier in het afgelopen jaar nog geen invulling aan gegeven? Wat zijn de wetenschappelijke en diergeneeskundige argumenten om hier niet in mee te kunnen gaan? Wat zijn de juridische beperkingen waarom dit niet zou kunnen?

  11. Klopt het dat het salmonellaonderzoek niet alleen beperkt is tot de moederdieren maar ook later in de keten blijft plaatsvinden?

  12. Wat is het Europees krachtenveld op dit thema in Europa? Bent u met andere lidstaten in gesprek over de gewijzigde regels die op basis van gegevens uit de praktijk leiden tot het overgaan van verregaande maatregelen (zoals jonge dieren die geen besmetting blijken te hebben onnodig vervroegd te laten slachten) terwijl een gedegen verificatieonderzoek zijn nut bewezen heeft? Zo nee, waarom niet? En is de minister zich ervan bewust hoe groot de impact is op een pluimveehouder die lijdzaam moet toezien hoe zijn gezonde dieren worden afgevoerd naar de slachterij en met een lege stal achterblijft?

  13. Bent u bereid om op korte termijn met de sector, de Gezondheidsdienst voor Dieren en de veterinaire sector in overleg te treden en te komen tot een oplossing waarbij een invulling wordt gegeven aan het begrip ‘gerede twijfel’ en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling 2021 over te informeren?

  14. Is de minister op de hoogte van het onderzoek dat is uitgezet bij de WFSR? Kan de minister aangeven wat de opdracht is van dit onderzoek is geweest en wat de uitkomsten van dit onderzoek zijn?