Vragen over de aanpak van drugscriminaliteit in leegstaande agrarische bedrijfsgebouwen

Brieven van criminelen die met lucratieve bedragen boeren proberen om te kopen om bedrijfsruimte beschikbaar te stellen voor criminele activiteiten zoals hennepteelt of een drugslab. Het komt helaas steeds vaker voor. In Brabant maar ook in andere provincies. Samen met collega Dilan Yesilgoz heb ik vragen gesteld aan de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Landbouw. Om deze criminaliteit en bijkomende ondermijning aan te pakken is het zaak dat we weten waar dit soort activiteiten plaatsvinden. Maar er is nog een punt waar wij aandacht voor vragen. Met het verbod op de pelsdierhouderijkomen er steeds meer bedrijfsgebouwen leeg te staan. Ondernemers zitten met de handen in het haar. Het is erg moeilijk om de bedrijfsgebouwen voor andere activiteiten te gebruiken en een bestemmingswijziging duurt lang of ligt moeilijk bij de gemeente of provincie. Verschillende ondernemers klagen hierover. Leegstaande panden zijn een makkelijke prooi voor kwaadwillende. Het is zaak dat hier meer aandacht aan wordt gegeven. De pelsdierhouderij is niet de enige bedrijfstak die hier tegenaan loopt. Ook de warme sanering van de varkenshouderij zal leiden tot leegstaande bedrijfsgebouwen. Het is zaak dat de minister hierover in gesprek gaat met gemeenten en provincies. Samen sterk tegen de aanpak van drugscriminaliteit en ondermijning!

 

Schriftelijke vragen van de leden Yesilgöz-Zegerius en Lodders (beiden VVD) aan de minister van Justitie en veiligheid en de minister van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit over het bericht: ‘Boeren in Bladel krijgen massaal drugsbrieven: ‘Mijn cliënt zoekt ruimte voor hennepplanten[1]’’

 

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Boeren in Bladel krijgen massaal drugsbrieven: ‘Mijn cliënt zoekt ruimte voor hennepplanten[2]’’

  2. Bent u bekend met het feit dat gemeente en politie nagemaakte drugsbrieven hebben rondgestuurd naar honderden mensen in het buitengebied van Bladel? Zo ja, kunt u aangeven of dit onderdeel uitmaakt van een bredere voorlichtingscampagne en –aanpak en kunt u aangeven hoe deze eruit ziet?

  3. Elders in het land zouden echte drugsbrieven van criminelen rondcirculeren waarin zij met lucratieve bedragen inwoners proberen om te kopen. Deelt u de mening van de VVD-fractie dat dit zeer onwenselijk is? Zo ja, wat wordt momenteel ondernomen tegen dergelijke praktijken?

  4. Is bij u bekend waar precies in Nederland soortgelijke brieven van criminelen rondcirculeren? Zo ja, bent u bereid om met deze regio’s in overleg te treden om verdere maatregelen te treffen en de Kamer hier spoedig over te informeren? Zo nee, bent u bereid hier op korte termijn onderzoek naar te doen?

  5. Kunt u aangeven in welke andere provincies dit soort praktijken plaatsvinden? Kunt u een overzicht geven per provincie?

  6. In de nagemaakte brief van de gemeente Bladel en politie wordt een informatieavond aangekondigd voor inwoners die eind maart zal plaatsvinden. Is bij u bekend of dit ook in andere risicogemeentes het geval is? Zo ja, bent u bereid om naderhand in overleg te treden met de desbetreffende gemeentes om deze avonden te evalueren en bij succes uit te rollen naar andere risicogebieden? Zo nee, waarom niet?

  7. Bent u bereid om verder, al dan niet in samenwerking met risicogemeentes, maatregelen te nemen om mensen die risico lopen, beter voor te lichten en daar waar nodig te beschermen? Zo ja, zou u hierover de Kamer willen informeren bij het eerstvolgende algemeen overleg georganiseerde criminaliteit?

  8. Kunt a aangeven of er op dit moment meldpunten zijn voor boeren waar zij zich toe kunnen wenden?

  9. Bent u op de hoogte dat er door beleidsuitvoering- en beleidsvoornemens zoals verbod op pelsdierhouderij en warme sanering varkenshouderij er steeds meer bedrijfsgebouwen leeg komen te staan? Wat vindt u ervan dat ondernemers aanlopen tegen regelgeving waardoor er geen andere functie kan worden toegekend aan deze leegstaande gebouwen?

  10. Bent u bereid om met lokale en provinciale overheden in gesprek te gaan over leegstaande bedrijfsgebouwen en een alternatieve bestemming? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de Kamer voor de zomer informeren over de uitkomst van deze gesprekken?