Zorgen over de staat van tientallen pachthoeves

Al eerder heb ik samen met collega Jan Middendorp aandacht gevraagd voor de erbarmelijk staat van sommige pachthoeves. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft 164 agrarische panden in bezit waarvan het grootste gedeelte in Flevoland staan. Sommige van deze panden zijn al tientallen jaren onvoldoende onderhouden. Kapotte schuurdeuren, verrotte houten raamkozijnen en kieren in het dak zijn het gevolg. Zelf mogen de pachters geen herstelwerkzaamheden aan het pand uitvoeren, het RVB is hiervoor verantwoordelijk. Het RVB heeft nu herstelwerkzaamheden aangekondigd, maar wat ons betreft gaat dit niet snel genoeg. De pachters hebben grote zorgen over de staat van hun pachthoeve en ondanks de gebreken blijft de pachtprijs hetzelfde en de onzekerheid groot. Reden temeer om aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opheldering te vragen. 

 

Ook de media heeft de vragen opgepakt. Zie hier de artikelen van Omroep Flevoland en de Nieuwe Oogst:

https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/177535/vvd-wil-snelle-aanpak-onderhoud-pachthoeves

https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2020/01/18/kamerleden-vvd-eisen-snel-herstel-hoeves

 

Aanvullende schriftelijke vragen van de leden Middendorp en Lodders (beide VVD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake agrarische panden naar aanleiding van Kamerstuk 2019D49581. 

 

1.     Herkent u het beeld dat pachters van agrarische hoeves grote zorgen en veel onzekerheden ervaren over de in sommige gevallen erbarmelijke staat van hun hoeve? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier zet u zich in om deze zorgen weg te nemen?  

2.     Deelt u de mening dat 130 klachten op een totaal van 164 hoeven (Kamerstuk 2019D49581), voldoende reden moet zijn om alles op alles te zetten om daadwerkelijk zo snel als mogelijk over te gaan op herstelwerkzaamheden voor al deze hoeven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, graag een toelichting.

3.     Vindt u zich, gezien datgene geschetst in vraag 1 en 2, een goede rentmeester? 

4.     ‘In januari 2020 worden de inspecties voltooid en een plan van aanpak afgerond’(Kamerstuk 2019D49581); wanneer wordt er nu daadwerkelijk begonnen met de herstelwerkzaamheden aangezien het RVB eerder aan heeft gegeven de onderhoudsinspecties eind 2018 al rond te willen hebben? 

5.     Kunt u toelichten hoe de Grondkamer aan pachters te kennen geeft op welke manier het verzoek kan worden gedaan de pachtprijs te herzien? Hoeveel pachters van specifiek deze 164 hoeven hebben de afgelopen jaren daadwerkelijk een herzieningsverzoek ingediend bij de Grondkamer? En wat waren de uitkomsten van deze herzieningsverzoeken? 

6.     Bent u bekend met de recente uitspraak van de Grondkamer over een geschil over de hoogte van de pachtnorm tussen een Flevolandse pachter en het Rijksvastgoedbedrijf[1]?

7.     Wat zegt deze uitspraak over de pachtnormen nu blijkt dat er in deze specifieke zaak door de Grondkamer alleen nog maar naar de doelmatigheid van de hoeve is gekeken en nog niet naar de staat van de hoeve terwijl dit gebouw al ongeveer 70 jaar niet is gerenoveerd? Is de pachtnorm en de systematiek om deze te berekenen nog wel adequaat en actueel gezien de vergelijkbare staat van een groot aantal pachthoeven en deze uitspraak van de Grondkamer? Zo ja, graag een toelichting? Zo nee, waarom niet?

8.     Bent u bereid om gesprek te treden met de betrokken naar aanleiding van de uitspraak van de Grondkamer? Erkent u dat de uitspraak van de Grondkamer voor andere pachters terecht reden geeft ook naar de Grondkamer te stappen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom wel? 

9.     Komt de 1,6 miljoen euro die extra wordt vrijgemaakt voor de aanpak van achterstallig onderhoud bovenop de structurele 0,5 miljoen en de eenmalige 1,3 miljoen die op dit moment beschikbaar is voor de onderhoudswerkzaamheden? 

10.  Kunt u een inschatting geven van de raming voor de totale kosten van het onderhoud?  En kunt u, als de definitieve raming bekend is, dit zo spoedig mogelijk met de Kamer delen? 

11.  Is de wijze waarop het beleid met betrekking tot het onderhoud van de hoeves vergelijkbaar met de andere onderhoudstaken en onderhoudsniveaus van gebouwen in eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, waarom niet? 

12.  Kunt u een toelichting geven op de uitgangspunten van het behoud van de hoeven op basis van strategische gronden? Heeft dit specifiek te maken met hoeves, de gronden of beide? 

13.  Hoeveel van de 164 hoeves zijn strategisch? 

14.  Kunt u toelichten hoe het behoudt van hoeven op basis van het mogelijk inzetten in de toekomst van een verkoop tegen een marktconforme grondvergoeding voor de strategische opgaven valt te rijmen met de huidige hoge te verwachten ramingen voor de noodzakelijke en achterstallige herstelwerkzaamheden van de 164 hoeven?