Vragen over het NVWA-programma ‘certificeren op afstand’

Vanuit de sector ontving ik zorgelijk signalen over het programma ‘certificeren op afstand’. Voor sommige dierlijke producten die naar het buitenland worden geëxporteerd is een certificaat van de NVWA nodig. Ondernemers kunnen dit certificaat op twee verschillende manieren krijgen; de NVWA komt langs op het bedrijf om het product te keuren of de NVWA verstrekt een certificaat ‘op afstand’. De kosten voor keuren ‘op afstand’ worden elk jaar hoger en staan niet in verhouding met de kosten voor eenzelfde certificaat in buurlanden. De sector maakt zich zorgen over deze verschillen en heeft daarnaast begrepen dat de NVWA voor 2020 strengere eisen heeft gesteld. Ik deel de zorgen over deze mogelijk nieuwe eisen en heb vragen gesteld aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 

Schriftelijke vragen van het lid Lodders (VVD) aan de minister van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit over ‘certificeren op afstand’.

1.     Bent u bekend met het programma ‘certificeren op afstand’ en de schriftelijke vragen hierover van het lid Lodders onder kamerstuknummer 2017D00623?

2.     In welke sectoren en voor welke (dier-) categorieën wordt er gebruik gemaakt van ‘certificeren op afstand’?

3.     Klopt het dat er recentelijk nieuwe eisen zijn gesteld aan de verschillende sectoren over het ‘certificeren op afstand’ voor 2020? Zo ja, welke eisen, waarom en zijn deze nieuwe eisen met de sector overlegt? Zo nee, hoe verklaart u de ongeruste berichtgeving uit de sectoren?

4.     Klopt het dat door de nieuwe eisen ‘certificeren op afstand’ de exportaanvraag van bijvoorbeeld vers paardensperma voor 9 uur ’s ochtends moet worden ingediend bij de NVWA? Zo nee, graag een toelichting? Zo ja, waarom is er gekozen voor deze aanlevertijd en is hierbij ook rekening gehouden met het uur tijdsverschil van grote afnemers in landen als Engeland, Ierland en Portugal? 

5.     Waarom is exporteren van bijvoorbeeld vers paardensperma in het weekend niet mogelijk? Deelt u de mening dat dit, met bijvoorbeeld achteraf certificeren, wel mogelijk zou moeten zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, graag een toelichting. 

6.     Vanwege een onvoorspelbare markt kan het voorkomen dat ondernemers dierproducten invriezen voordat het wordt geëxporteerd naar het buitenland om zo het product vers te houden; op welke manier worden diepgevroren producten gecertificeerd en waarom juist op deze manier? 

7.     Waarom mag de NVWA zelfstandig de kostprijs voor een ‘certificaat op afstand’ verhogen?

8.     Op welke manier houdt de NVWA bij het bepalen van de kostprijs voor een exportcertificaat rekening met de kostprijs in omliggende landen? Hoe verklaart u het verschil in kostprijs van een exportcertificaat tussen Nederland (58,18 euro in 2020) en Duitsland (rond de 25 euro)? 

9.     Herinnert u zich dat uw voorganger in antwoord op Kamervragen van het lid Lodders schreef dat de hoge kosten voor export en import omtrent ‘certificeren op afstand’ een aandachtspunt zijn (kamerstuknummer 2017D00623) en wat is er sinds die tijd gebeurt om de kosten in de hand te houden? 

10.  Kunt u verklaren waarom de kosten voor ‘certificeren op afstand’ sindsdien alleen nog maar  zijn gestegen? 

11.  In antwoorden op de Kamervragen van het lid Lodders (kamerstuknummer 2017D00623) is aangegeven dat de NVWA kijkt naar oplossingen zodat de kosten van ‘certificering op afstand’ nooit hoger uitvallen dan een controle op locatie; kunt u de resultaten en conclusies met de Kamer delen (graag specifiek ook uitgaande van situaties met meer dan 3 certificaataanvragen per locatie per keer)? Welke oplossingen zijn besproken en waarom heeft de sector nog geen resultaat op dit onderdeel gezien? 

12.  Kunt u garanderen dat ‘certificeren op afstand’ en controle op locatie beide mogelijk blijven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe? 

13.  Kunt u de vragen één voor één beantwoorden?