Opheldering over stijging gemeentelijke belastingen in 2020

Het huidige kabinetsbeleid is gericht op een verbetering van de koopkracht. Komend jaar wordt er 3 miljard euro vrijgemaakt voor lastenverlichting. Dit moet ervoor zorgen dat mensen meer overhouden in hun portemonnee. Als decentrale overheden zoals provincies en gemeenten lokale belastingen verhogen zoals de ozb, afvalstoffenheffing, waterschapslasten en de opcenten, wordt de koopkrachtverbetering snel teniet gedaan. Wij noemen dat de ‘sluipmoordenaar van de koopkracht’.  Samen met collega Albert van den Bosch heb ik de minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Financiën gevraagd om een betere monitoring en naar mogelijkheden tot het nemen van maatregelen om de invloed van decentrale verzwarende belastingen op de koopkracht tegen te gaan.  


Schriftelijke vragen van de leden Lodders en van den Bosch (beide VVD) aan de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën over het bericht ‘gemeentelijke belastingen voor huiseigenaren stijgen hard in 2020’. 

 

  1. Bent u bekend met het bericht ‘gemeentelijke belastingen voor huiseigenaren stijgen hard in 2020’[1]?

  2. Kunt u de grote verhoging van de onroerendezaakbelasting (ozb) en de onjuiste verwachte inflatie door het CPB verklaren?

  3. Deelt u de mening dat het huidige kabinetsbeleid met het verlagen van de inkomstenbelasting zou moeten zorgen voor een stijging van de koopkracht? Zo ja, wat is de verwachte invloed van onder andere een gemiddeld landelijke ozb stijging van  4%, een stijging afvalstoffenheffing van 8%, een verhoging van de waterschapslasten en een verhoging van de provinciale opcenten op diezelfde koopkrachtplaatjes? Deelt u de mening dat deze ‘sluipmoordenaars’ van de koopkracht gemonitord moeten worden en dat er waar nodig maatregelen genomen moeten worden om de invloed van deze decentrale verzwarende belastingen op de koopkracht tegen te gaan? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?

  4. Welk verband is er tussen het afschaffen van de macronorm en de explosieve stijging van de gemeentelijke belastingen in 2020[2]?

  5. Herinnert u zich het antwoord op Kamervragen van het lid Lodders (Kamerstuk 2018Z006060) ‘de macronorm heeft niet bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling. Het zijn de lokale afwegingen die leiden tot een wijziging in het tarief van de OZB’?

  6. Op welke manier gaat de in 2020 ingestelde benchmark, volgens u in tegenstelling tot de macronorm, wel bijdragen aan een gematigde lokale lastenontwikkeling? Op welke manier bent u voornemens de resultaten van de benchmark te delen met de Kamer?

  7. Wat is het doel van de benchmark?  Leidt het beter monitoren en overzichtelijker maken van de verschillen tussen de gemeentelijke belastingen uiteindelijk tot het nemen van maatregelen wanneer blijkt dat er geen matiging optreedt in de gemeentelijke belastingen? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?

  8. Herinnert u zich dat u in de brief van 26 april 2019 (kamerstuk 35000-B-9) schreef dat ‘Benchmarking gemeenten attenter maakt op de onderlinge verschillen, bevordert het lokale debat over heffen van lokale middelen en de inzet ervan en zal daarom bijdragen aan het borgen van een gematigde lastenontwikkeling’? Deelt u de mening dat een vergelijking tussen decentrale overheden alleen nuttig is als de verschillen onderling groter zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom?

  9. Waarop baseert u het in vraag 10 beschreven citaat? Op welke manier leidt de nieuwe benchmark inderdaad tot het borgen van een gematigde lastenontwikkeling? Wat wordt er precies bedoelt met een gematigde lastenontwikkeling?

  10. Deelt u de mening dat de ‘sluipmoordenaars’ van de koopkracht aangepakt moeten worden en bent u bereid voor de zomer van 2020 met een aantal concrete voorstellen te komen? Zo nee, waarom niet?

  11. Kunt u de vragen één voor één beantwoorden?