Gesjoemel met biologische producten

Als je als consument voor biologische producten kiest, wil je zeker weten dat deze ook echt biologisch zijn. En als je als boer kiest voor biologisch boeren, wil je zeker weten dat je concurrenten zich netjes aan de regels houden. 

 

Nu blijkt dat er gesjoemeld wordt met biologisch produceren en een toezichthouder die onvoldoende optreedt. De consument wordt financieel benadeeld, want zij betalen teveel voor de producten die niet aan hogere standaarden voldoen. 

  

Eerder heb ik vragen gesteld over de controles van SKAL, de toezichthouder op biologische producten. De tarieven zijn met ingang van dit jaar tot 35% verhoogt. Als boer betaal je voor het keurmerk dus veel geld. Nu blijkt het dit geld niet waard te zijn. 

 

Als je een biologisch keurmerk wil gebruiken dan betekent dit dat je extra weidegang biedt, bepaalde middelen niet gebruikt en extra investeert in dierenwelzijn. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat als je een onvoldoende scoort, je toch goedgekeurd wordt. En om het keurmerk biologisch betrouwbaar te laten zijn is niet alleen de boer verantwoordelijk. Ook de supermarkten moeten toezien op de producten die ze verkopen want zij profiteren er ook van. 

 

Naar aanleiding van de berichtgeving van RTL heb ik veel vragen aan de minister. Naast het toezicht wat niet op orde is, heeft de NVWA te kennen gegeven minder prioriteit te stellen aan biologisch producerende bedrijven. Dat kan natuurlijk niet. Toezicht is toezicht, de wijze waarop de bedrijfsvoering plaatsvindt mag geen onderdeel van de weging zijn.  Ook stel ik vragen over de gewasbescherming. De minister heeft recent een nota gewasbescherming aan de Kamer gestuurd. In deze nota is geen aandacht besteed aan de biologische landbouw. Een omissie die wat mij betreft hersteld moet worden. Lees hier het artikel: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/artikel/4692246/honderden-producten-onterecht-verkocht-als-biologisch


 

Schriftelijke vragen van lid Lodders aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de berichten ‘Honderden producten onterecht verkocht als biologisch’ en ‘5 vragen over fouten met biologische producten’ van 7 mei 2019 op www.rtlnieuws.nl.

 

1.            Bent u bekend met het bericht ‘Honderden producten onterecht verkocht als biologisch’ en 5 vragen over fouten met biologische producten’?

 

2.            Wat vindt u van het berichten?

 

3.            Wat vindt u van de reactie van de directie  van SKAL die meent dat de producten met het biologische logo van overtreders alsnog onder deze noemer mogen worden verkocht terwijl  ondernemers niet voldoen aan de strenge voorwaarden die vastgelegd zijn in de Europese verordening?

 

4.            Past deze reactie bij het achterliggende doel van de Europese verordening namelijk eerlijke handel en consumentenvertrouwen? Hoe ziet u dit achterliggende doel en de reactie van de directeur van SKAL in relatie tot de consumenten, de biologische boeren die wel aan de eisen voldoen en de boeren die op een gangbare manier hun bedrijf voeren?

 

5.            Kunt u aangeven aan welke eisen een product minimaal moet voldoen om het keurmerk ‘biologisch’ te verkrijgen en te behouden?

 

6.            Hoe ziet u dit in relatie tot de uitspraak van de directeur van SKAL die stelt: “Dat er aan een aantal eisen niet wordt voldaan, maakt niet dat het product niet meer biologisch is”? Op basis van welk artikel in de Europese verordening kan de directeur deze uitspraak doen en hoe kan de consument beoordelen aan welke eisen wel of juist niet zijn voldaan?

 

7.            Vindt u dat de consument kennis moet kunnen nemen als bij een biologisch product bijvoorbeeld het dierenwelzijn, het medicijngebruik, weidegang of het gebruik van gewasbescherming niet op orde blijken te zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier kan de consument rekenschap geven van de lichte, ernstige, of kritieke afwijkingen bij de productie van biologische producten?

 

8.            Vindt u het verdedigbaar dat als er ernstige of kritieke afwijkingen zijn aangetroffen de consument toch een meerprijs betaalt voor deze producten en de biologische boer een meerprijs krijgt voor de geleverde producten? Hoe verdedigt u dit naar boeren die onder strenge gangbare normen produceren en die meerprijs niet ontvangen?

 

9.            Herinnert u zich de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Lodders over tariefsverhoging van 35% door SKAL Biocontrole, ingezonden 21 januari 2019 kenmerk 2019Z00856?

 

10.          Wat heeft u bedoeld met antwoord 3: “Ik ga er vanuit dat een dergelijke verhoging eenmalig is, omdat de combinatie van diverse omstandigheden in het jaar 2018 die tot de hoge kosten van SKAL hebben geleid en ook ten grondslag liggen aan de onderhavige tariefsverhoging, zich niet weer in deze mate zullen voordoen”?

 

11.          Welke omstandigheden heeft u bedoeld (graag een totaaloverzicht van alle omstandigheden die hiermee bedoeld zijn)? Hoe bent u achter deze ‘omstandigheden’ gekomen? Waarom heeft u deze omstandigheden niet eerder, dan wel in de antwoorden op de schriftelijke vragen aan de Kamer gemeld? Wat zijn de kosten (per omstandigheid) die gemoeid zijn met het op orde brengen van de organisatie? En op basis waarvan trekt u de conclusie dat deze omstandigheden zich niet weer in deze mate zullen voordoen?

 

12.          Herinnert u zich de brief van 22 mei 2019 (25 268 nr. 162) waarin u de uitkomsten evaluatie SKAL met de Kamer heeft gedeeld?

 

13.          Kunt u zich herinneren dat u de algemene evaluatie positief duidde?

 

14.          Klopt het dat de opdracht voor het evaluatieonderzoek eind 2017 is gegeven, het onderzoek de periode 2010-2016 behelst heeft en de percepties over 2017 en begin 2018 in dit onderzoek ook zijn verzameld? Wat was het beeld van de percepties over 2017 en begin 2018?

 

15.          Wat vindt u van de conclusie in het evaluatierapport dat het niet mogelijk is gebleken op basis van de beschikbare gegevens de omvang van het onwenselijk en oneigenlijk gebruik van de biologische aanduiding goed in beeld te brengen en de relatie te leggen met het functioneren van SKAL?

 

16.          Wat vindt u van de conclusie in het evaluatierapport dat het totale pakket aan handhavings- en  sanctioneringsmogelijkheden (inclusief strafrechtelijke opsporing door NVWA/IOD) niet optimaal wordt toegepast?

 

17.          Kunt u aangeven of u met het evaluatierapport en de conclusies onder vraag 15 en 16 uit datzelfde rapport en de duiding in het artikel nog steeds van mening bent dat de evaluatie van SKAL over het algemeen positief is? Zo ja, kunt u dat onderbouwen? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

 

18.          Klopt het dat er binnen de NVWA bij handhaving onderscheid gemaakt wordt tussen de gangbare en de biologische sector? Zo ja, waarom is de prioriteit die door de NVWA gegeven wordt aan economische delicten in de biologische sector beperkt? Indien er geen onderscheid gemaakt wordt in de prioritering, waarom wordt dit wel zo geduid in het evaluatierapport?

 

19.          Bent u bekend met de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Lodders onder 3279 ingezonden 8 augustus 2016 over illegale inzet koper in biologische aardappelen?

 

20.          Kunt u aangeven waarom er in 2016 geen onderscheid gemaakt werd in de handhaving tussen gangbare en biologische landbouw? Wanneer is de prioritering veranderd en welke argumenten liggen hieraan ten grondslag?

 

21.          Kunt u aangeven of de aanbevelingen in het evaluatierapport hebben geleid tot concrete acties? Zo ja, welke en  hoe staat het met de uitvoering? Zo nee, waarom niet?

 

22.          Deelt u de mening dat om het keurmerk biologisch betrouwbaar te laten zijn supermarkten ook verantwoordelijk zijn? Deelt u de mening dat ook zij moeten toezien op de producten die zij verkopen omdat zij er ook van profiteren? Zo nee, waarom niet?

 

23.          Herinnert u zich de Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en teeltsystemen en Pakket van maatregelen emissiereductie gewasbescherming open teelten?

 

24.          Kunt u aangeven waarom u in deze nota geen aandacht heeft besteed aan de biologische land- en tuinbouw en het gebruik van gewasbescherming en middelen ter bestrijding van plagen en ongedierte?

 

25.          Bent u bereid  om dit alsnog te doen? Zo nee, waarom niet?

 

26.          Wilt u deze vragen een voor een beantwoorden en voor het algemeen overleg over gewasbescherming?