Opheldering over het artikel ‘Planbureau rommelt’

 

 

Afgelopen week kopte de Telegraaf ‘Planbureau rommelt’. Uit het artikel blijkt dat de klimaatschade van het eten van vlees veel minder is dan het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) stelt. En het is niet de eerste keer dat de informatie die het PBL levert niet klopt of niet volledig is. Eerder hebben we gezien dat bij de evaluatie van de meststoffenwet aannames zijn gebruikt in plaats van onderzoek en ook bij de stand van de biodiversiteit zijn fouten gemaakt. Het PBL adviseert de overheid op het gebied van milieu, natuur en leefomgeving. De overheid en de Kamer moet kunnen vertrouwen op de informatie en cijfers die het PBL aanlevert. Deze informatie en cijfers moeten onafhankelijk en wetenschappelijk onderbouwt zijn. Als de feiten niet kloppen is dat een zeer kwalijke zaak. Vaak wordt deze informatie gebruikt voor het maken van beleid. De Stichting Agri Facts (STAF) controleert de wetenschappelijke onderbouwing van het land- en tuinbouwbeleid. Zij stellen op basis van dezelfde cijfers en bronnen dat de klimaatwinst van een halvering van de vleesconsumptie 2-4% klimaatwinst oplevert terwijl PBL uitgaat van 25-40%. Deze onzorgvuldigheid kan leiden tot verkeerde keuzes in de beleidsvorming en in dit geval zal dat nadelig uitpakken voor de landbouw. Daarom heb ik samen met collega’s Dilan Yesilgoz en Erik Ziengs om opheldering gevraagd.

   

Schriftelijke vragen van de leden Lodders, Ziengs en Yeşilgöz-Zegerius (allen VVD) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Economische Zaken en Klimaat over het bericht ‘Planbureau rommelt’[1]

   

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Planbureau rommelt’?

  2. Deelt u de mening dat het zorgelijk is als een onafhankelijk en wetenschappelijk adviesinstituut van de overheid onjuiste en ongefundeerde gegevens publiceert? Zo ja, hoe wilt u dit in de toekomst voorkomen? Zo nee, waarom niet?

  3. Vindt u dat de overheid haar beleid moet bepalen op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe vergewist u zich van onafhankelijke wetenschappelijke juistheid?

  4. Bent u voornemens de Tweede Kamer zo snel als mogelijk op de hoogte te brengen van de uitkomsten van het nadere onderzoek van het PBL omtrent de impact van vlees op het klimaat? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe snel verwacht u de Kamer te kunnen informeren?

  5. Hoe verklaart u de in eerste instantie onjuiste, te hoog berekende uitstoot van broeikasgassen (daling van 40%) door het PBL?

  6. De stichting Agri Facts maakt bij het berekenen van de cijfers gebruik van dezelfde data als het PBL. Hoe verklaart u het verschil in uitkomst na rectificatie, het verschil tussen de 9% van het PBL en de 2 tot 4 % van de stichting Agri Facts?

  7. Is het PBL-onderzoek naar de impact van vlees op het klimaat ongevraagd? Zo nee, wie heeft opdracht gegeven voor het houden van het onderzoek?

  8. In hoeveel gevallen is er beleid gemaakt op basis van onjuiste of voorbarige PBL-gegevens? Bent u voornemens verder onderzoek te doen naar de feitelijke correctheid van de gegevens en adviezen van het PBL uit het verleden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wilt u dit onderzoeken?

  9. In hoeveel en welke gevallen in de afgelopen tien jaar hebben de ministeries van LNV, I&W en EZK adviezen van het PBL gebruikt bij het maken van beleid (graag een uitsplitsing per jaar en per ministerie)?

  10. Deelt u de mening dat het niet correct weergeven van de feiten in strijd is met de wetenschappelijke kwaliteit die het PBL zegt na te leven? Zo nee, hoe verklaart u bovengenoemd voorbeeld, de onderbouwing van het PBL over het rapport Evaluatie Meststoffenwet 2016 waarin vooral is gewerkt met aannames en niet met harde feiten en het onderzoek Sjoemelnatuur waarin door middel van de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) is ontdekt dat het PBL een onjuist beeld neerzet van de biodiversiteit in Nederland? Zijn er u nog andere voorbeelden bekend? Zo ja, welke (bv op gebied van waterkwaliteit, ammoniak)? Kunt u uitgebreid in gaan op de genoemde voorbeelden en kunt u per voorbeeld aangeven of er bij de beleidsvorming aanpassing heeft plaatsgevonden nadat bleek dat het advies van PBL niet juist was?

  11. Erkent u dat de betrouwbaarheid van PBL-adviezen door deze onjuiste gegevens in het geding komt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de toekomstige adviezen van het PBL? 

  12. De genoemde (gerectificeerde) cijfers in het Telegraafbericht komen uit het artikel ‘Food choices, health and environment: Effects of cutting Europe’s meat and dairy intake’[2], waarin ook de uitstoot van stikstof (ammoniak en nitraat) wordt benoemd. Geldt de stikstofdaling ook alleen voor de landbouw gerelateerde emissies? Zo ja, waarom wordt dit niet benoemd door het PBL? Zo nee, heeft het PBL ook deze cijfers nogmaals onderzocht op juistheid?

  13. De minister van LNV zou eind 2018 een brief aan de Kamer doen toekomen over verschillende zaken rondom ammoniak (Kamerstuknummer 32670-139), wanneer verwacht u de brief plus het rapport van het Rathenau Instituut naar de Kamer te sturen?

  14. Wordt in het genoemde rapport onder vraag 13 ook de onderbouwing geleverd van een aantal (recent genomen) maatregelen met betrekking tot bijvoorbeeld de toediening van mest? Zo nee, waarom niet en wanneer wordt deze onderbouwing alsnog met de Kamer gedeeld?

  15. Wilt u de vragen een voor een beantwoorden?

 

 

 



[1] https://www.telegraaf.nl/financieel/3000761/planbureau-moet-cijfers-over-klimaatschade-vlees-snel-bijstellen

[2] https://www.pbl.nl/publicaties/minder-vlees-eten-levert-forse-klimaatwinst-op