Vermogensrendementsheffing box 3 meer baseren op reëel rendement.

 

Een paar weken geleden heb ik samen met collega Pieter Omtzigt vragen gesteld over een verweerschrift van de Belastingdienst waarin zij stelt dat beleggen in de AEX-bedrijven en of in onroerend goed weinig risico oplevert. Naar aanleiding van de antwoorden en een grote wens om de vermogensrendementsheffing over box 3 te belasten naar meer reëel rendement heb ik samen met Pieter de onderstaande vragen gesteld. 

   

Vragen van de leden Omtzigt (CDA) en Lodders (VVD) aan de staatssecretaris van Financien over het rendement in Box 3.

 

1. Herinnert u zich dat u de Kamer meedeelde dat


a. De belastingdienst bij de hoge raad gemotiveerd betoogd heeft dat ook AEX- hoofdfondsen en onroerende zaken een stabiele beleggingsvorm vormen met weinig risico’s zijn?


b. Het geen kabinetsbeleid is om AEX beleggingen te beschouwen als             risico-arm? (bron antwoorden op de vragen van de leden Omtzigt (CDA)             en Lodders (VVD) over “de merkwaardige bewering van de             Belastingdienst bij de Hoge Raad dat hoofdfondsen en onroerende zaken             een stabiele beleggingsvorm vormen met weinig risico’s” (ingezonden 5             december 2018).

 2. Kunt u uitleggen hoe het u lukt zowel 1a. als 1b. te beweren als kabinet?

3. Herinnert u zich dat u dat u heeft gezegd: “Terecht ziet de AFM deze genoemde beleggingscategorieën [hoofdfondsen en onroerende zaken] niet per definitie als stabiel en met weinig risico.”?

4. Kunt u een voorbeeld geven van een beleggingsfonds, dat alleen in AEX hoofdfondsen belegt en een 1, 2 of 3 scoort op de risicometer van AFM en dus relatief weinig risicovol is?

5. Kunt u één omstandigheid geven waarin de AFM hoofdfondsen wel ziet als een stabiele beleggingscategorie met weinig risico?

6. Indien  u op de vorige vraag geen antwoord kan geven, klopt het dat het antwoord had moeten luiden: “Terecht ziet de AFM deze genoemde beleggingscategorieën [hoofdfondsen en onroerende zaken] nooit als stabiel en met weinig risico.”?

7. Herinnert u zich dat in het regeerakkoord staat: “In de vermogensrendementsheffing (Box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden” en “In deze kabinetsperiode zal een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement worden uitgewerkt.”?

8. Herinnert u zich dat in uw fiscale beleidsagenda van februari 2018 schreef: “Tot slot is in het regeerakkoord opgenomen dat het kabinet een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement zal uitwerken. De vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer heeft mij verzocht om een kabinetsstandpunt over box 3 op basis van werkelijk rendement en de Tweede Kamer daarbij te informeren over mijn voorgenomen tijdpad. Ik zal u de brief daarover dit voorjaar sturen.” (Kamerstuk 32140, nr. 33) ?

9. Klopt het dat deze brief nog steeds niet aan de Kamer verstuurd is?

10. Kunt u voor elk van de 28 EU landen aangeven of zij een heffing hebben op basis van forfaitair rendement of op basis van reel rendement (zoals een vermogenswinstbelasting of een vermogensaanwasbelasting)?

11. Kunt u voor elk van de 28 EU landen aangeven hoeveel belasting een alleenstaande belastingplichtige betaalt die 120.000 euro op de bank heeft staan in 2018 en daar 0,15% rente over ontvangst (180 euro per jaar)? Kunt u dus voor elk van deze landen aangeven hoe groot de belastingdruk is, namelijk de verhouding tussen verschuldigde belasting en betaalde rente?

12. Kunt u deze vragen een voor een en binnen 3 weken aan de Kamer doen toekomen?