Zorgen over de summiere overgangsregeling pelsdierhouders

 

Enkele jaren geleden heeft een meerderheid van de Tweede en Eerste Kamer ingestemd met een verbod op de pelsdierhouderij. In de pelsdierhouderij worden nertsen gehouden voor de bontproductie. In 2013 is de Wet verbod op de pelsdierhouderij ingegaan. Vanaf dat moment zijn er geen nieuwe bedrijven toegestaan en voor de bestaande bedrijven is er een overgangsmaatregel afgekondigd. De VVD was tegen dit verbod op de pelsdierhouderij. Want met het verbieden van deze bedrijven is het nog steeds niet verboden om bont te dragen. De kledingindustrie zal niet langer het bont uit Nederland inkopen maar uitwijken naar andere landen. Landen waar vaak veel minder aandacht is voor bijvoorbeeld dierenwelzijn en waar de regels voor de huisvesting van deze dieren ontbreekt. Met het verbod op de pelsdierhouderij is er een summiere overgangsregeling voor de pelsdierhouders afgesproken. Ik zeg met nadruk summier, want het zal je maar overkomen. Het bedrijf wat je hebt, soms van generatie op generatie, mag niet meer. Maar met dat bedrijf verdien je niet alleen een inkomen voor je gezin, een inkomen voor de medewerkers, het is ook je huis en het  pensioen van de ondernemer zit in dat bedrijf. Met het verbod op deze bedrijven valt je huis weg, je inkomen en je pensioen. Dat laatste is zeker voor oudere ondernemers enorm wrang omdat je geen tijd hebt om in een paar jaar nog een pensioen op te bouwen.  Veel ondernemers lopen nu tegen forse problemen aan, financiële problemen die natuurlijk veel verder gaan als het ook je huis betreft, je gezin en je medewerkers raakt. Ik heb vragen gesteld aan de minister van landbouw omdat ik signalen krijg dat de overgangsregeling die al heel erg summier is, ook nog eens weinig ruimte biedt om er gebruik van te maken. Als dat zo door gaat zal blijken dat het bedrag wat beschikbaar is voor deze overgangsregeling niet helemaal wordt ingezet voor deze bedrijven. Dat kan niet de bedoeling zijn.

 

Schriftelijke vragen van het lid Lodders (VVD) aan de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit over zorgen uit het land over de subsidieregeling voor pelsdierhouderijen. 

 

  1. Kan de minister een overzicht geven van de stand van zaken subsidieregeling sloop- en ombouw pelsdierhouderij?

  2. Klopt het dat de subsidieregeling sloop- en ombouw pelsdierhouderij in werking is getreden met ingang van 15 januari 2013? Zo nee, welk moment wordt gehanteerd en waarom?

  3. Bent u van mening dat de overheid ruimhartig om moet gaan met de ondersteuning van pelsdierhouders (ruimhartig is de inzet op het volledig benutten van het beschikbare budget)? Zo nee, waarom niet?

  4. Klopt het dat voor de looptijd van de subsidie een periode van 1 jaar wordt gehanteerd? Is deze termijn in de praktijk werkbaar gebleken voor de pelsdierhouders aangezien er bij ombouw verschillende procedures doorlopen moeten worden waarbij de pelsdierhouders geen invloed kunnen uitoefenen op de snelheid maar afhankelijk zijn van procedures bij derden? Welke signalen heeft u hierover ontvangen? Hoe heeft u geanticipeerd op deze signalen?

  5. Geeft de subsidieregeling sloop- en ombouw pelsdierhouderij de mogelijkheid tot een geleidelijke overgang naar andere bedrijfsactiviteiten? Zo ja, op welke manier is dit geregeld en hoe lang kunnen pelsdierhouders over een geleidelijke overgang doen? Zo nee, waarom wordt deze ruimte niet geboden? Is de minister bereid om ook een geleidelijke overgang te bieden? Zo nee, waarom niet?

  6. Om in aanmerking te komen voor de ombouwsubsidie moet het bedrijf op dezelfde locatie omgebouwd worden naar een nieuw landbouwbedrijf of niet- landbouwbedrijf. Kan de minister aangeven of er vanuit deze beperking problemen zijn bij pelsdierhouders die niet op de bestaande locatie kunnen ombouwen of die vanwege een rood voor rood regeling op een andere locatie aangewezen zijn? Kan de minister aangeven hoe in deze situaties wordt omgegaan en op welke wijze de pelsdierhouder tegemoet gekomen is/wordt? Wordt er in deze ook rekenschap gegeven aan de voorwaarden en regels die een provincie stelt? Zo nee, heeft u overleg met de betreffende provincies?

  7. Kan de minister inzicht geven in het aantal bedrijven wat op dit moment al gestopt is? Kan de minister uitgaande van de signalen van de sector een inschatting maken hoeveel bedrijven op korte termijn moeten stoppen?

  8. Is de minister bereid om nu halverwege de overgangstermijn een evaluatie te doen of de ontwikkelingen op de bedrijven overeenkomen met datgene wat destijds door de indieners van de wet is beoogd? Zo nee, waarom niet?

  9. Kan de minister bevestigen dat er voor de subsidieregeling sloop- en ombouw pelsdierhouderij 28 miljoen beschikbaar is? Is de minister van mening dat dit bedrag ook in zijn totaliteit ten goede moet komen aan het doel wat aan deze regeling gekoppeld is? Zo nee, waarom niet?

  10. Is het beleid voor aanvulling van de pensioentekorten al uitgewerkt? Hoeveel geld is hiervoor beschikbaar? Op welke wijze zijn de pelsdierhouders hierover geïnformeerd?

  11. Welke aandacht is er specifiek voor de oudere pelsdierhouders die hun pensioen in het bedrijf hadden zitten, waarbij het bedrijf nu minder waard is geworden  en er onvoldoende tijd is om dit tekort aan te vullen?

  12. Wanneer wordt duidelijk hoe de 8 miljoen euro bestemd voor flankerende maatregelen ingezet worden? Welke suggesties heeft het bedrijfsleven hiervoor aangereikt?

  13. Wilt u deze vragen 1 voor 1 beantwoorden?